De tuin van Riella: 'Goed voor de plantjes'

De tuin van Riella: 'Goed voor de plantjes'

De inspiratie voor deze column kwam letterlijk uit de lucht gevallen. Mei was een natte maand: het regende dagen aan één stuk. Mensen om me heen waren de regen meer dan beu, ze wilden naar buiten. Overal om me heen hoorde ik gezucht. Ik luisterde en zweeg.

Ik durf het bijna niet luidop te zeggen maar ik heb echt genoten van die natte meimaand. Waar andere mensen onrustig worden van zulk weer geeft ‘t mij vooral veel rust in m’n hoofd. De natuur krijgt eindelijk wat ie nodig heeft, oef! Voor het eerst in jaren kregen we een échte groene lente Vorig jaar rond deze tijd snakten de planten naar water. De eerste dorre bladeren verschenen aan de bomen en dat is iets wat me elke keer misselijk maakt. Planten hebben een sterke overlevingsdrang en kunnen wel wat aan, maar ze zien vechten om in leven te blijven, zien hoe ze hun bladeren laten vallen om energie te sparen, daar heb ik echt moeite mee. En dus ben ik stiekem blij als de weerman regen voorspelt. ‘Goed voor de plantjes’, zeg ik elke keer opnieuw, in de hoop dat de mensen rond mij ook gaan beseffen hoe belangrijk het is voor de natuur.



De veelvuldige regenbuien zorgden er ook voor dat één van de meest tijdrovende taken wegviel: gieten. De moestuin stond er frisgroen bij en kreeg alles wat ie nodig heeft van de natuur. Regentonnen werden opnieuw aangevuld met hemelwater. Het vijverniveau bleef mooi op peil. En ik zeulde al onze kamerplanten naar buiten voor een frisse regendouche. Topdagen, met misschien maar één nadeel: waar regen is, verschijnt onkruid. Op de wilde plekjes in onze tuin mag alles z’n gang gaan, maar in onze moestuin ben ík de baas. Gelukkig vind ik wieden heerlijk ontspannend. Geen tuinhulpjes, geen tuinhandschoenen, onkruidverdelger of hark. Met de blote handen in de aarde wroeten. Wel steeds vergezeld van zo’n lelijk gekleurd kniematje, iets waarvan ik nooit had gedacht dat ik het zou willen kopen.



Dat doet me aan die ene keer denken dat mijn grootvader, lid van de onkruidverdelgersgeneratie, me vroeg om vergif te gaan kopen in het plaatselijke tuincentrum. Alles in mij sprak dat tegen maar voor grootvaders doe je alles. En dus stond ik met schaamte aan de kassa met een bus “bio” vergif, voor zover vergif überhaupt bio kan zijn. Iets later belde m’n grootvader terug: ‘Je moet écht vergif gaan halen, dit werkt niet hoor.’ Tja.

Ondertussen zijn de laatste regenbuien verdwenen en stijgen de temperaturen. Ook leuk natuurlijk. De vaste planten zoals Digitalis en Lupines zijn op hun mooist. De klimroos aan onze voordeur bezorgt me tranen in de ogen. En toch check ik dagelijks het weerbericht, op zoek naar een wolkje met regendruppels.. 



Laat een reactie achter